Mensen zijn gewoontedieren. Dat helpt ons om complexe taken uit te voeren, denk aan autorijden. Wanneer je een deel van die taak routinematig kunt uitvoeren – voetpedalen bedienen, schakelen en spiegels in de gaten houden – houd je ruimte over om iets extra’s te doen, zoals een gesprek voeren met je passagier. Veel gewoontes zijn zo ingesleten dat we niet eens meer merken dat we ze hebben.
Maar wat als iets nieuws wilt doen? Als je blijft doen wat je altijd deed, krijg je wat je al hebt. Hoe doorbreek je oude gewoontes en kweek je nieuwe routines? Dit was het thema van onze eerste open ketenverkortersmiddag.
De gewoontelus
Wat is een gewoonte eigenlijk? Een gewoonte is een lus bestaande uit 3 onderdelen: een trigger, de routine of het daadwerkelijke gedrag, en een beloning. Deze lus wordt aangedreven door een verlangen, een hunkering, een wens tot het bereiken van een groter resultaat. Helaas is hunkering die veel gewoontelussen aandrijft geen brandende ambitie of veranderdrift. Ons brein verlangt eerder naar veiligheid, voorspelbaarheid en energiebehoud. Nieuwe gewoontes hebben alleen kans van slagen als ze de hunkering naar zekerheid bevredigen. Op basis hiervan kunnen nieuwe gewoontes gekweekt worden: gewoonteverandering
Eerste, tweede en n-de orde gewoonteverandering.
Binnen de veranderkunde worden verschillende ordes van gewoonteveranderingen onderscheiden. De meest zichtbare gewoonteveranderingen zijn de eerste en tweede orde veranderingen, dat zijn de veranderingen binnen bestaande systemen en processen. Het is zaak deze gewoontes zó in te richten dat ze bijdragen aan het te bereiken resultaat, én dat ze tegemoet komen aan de hunkering naar zekerheid. Denk bijvoorbeeld aan de gewoonte van een dagelijkse stand up aan het begin van de dag. Dit is een manier om dagelijks even te focussen op voortgang en resultaat en biedt de zekerheid dat problemen niet lang blijven liggen. Ook op wekelijks en maandelijks niveau zijn dit soort gewoontes in te richten.
Maar er is meer dan systemen en processen alleen. Ook in onderlinge omgang en overtuigingen hebben mensen gewoontes. Die zijn minder expliciet zichtbaar, ze bepalen echter wel of de eerste en tweede orde gewoonteveranderingen kans van slagen hebben. Een zwerm vogels wordt niet voortgestuwd door een externe structuur en richting, wel door het gedrag van de vogels onderling. Verandering in de overtuigingen en onderlinge omgang zijn n-de orde gewoonteveranderingen. Denk aan de manier waarop binnen een team omgegaan wordt met conflict: zijn knallende ruzies gebruikelijk of wordt onenigheid doodgezwegen? Welke rol heeft hiërarchie? En springt iedereen bij een probleem in de actiestand of wordt er eerst een analyse gemaakt. Binnen de bandweer zijn andere gewoonte effectief dan binnen de high tech productontwikkeling.
Het wiel van resultaat
Alle gewoontes, van de eerste tot de n-de orde, vormen samen het wiel van resultaat. De n-de orde gewoontes vormen de steun. De eerste en tweede orde gewoontes vormen een wiel dat, goed ondersteund, steeds sneller kan draaien. Op die manier bereikt je resultaat en maak je ambitie waar.

